Algemeen
-
Kan ik onkruidgroei volledig voorkomen met antiworteldoek?
Hoewel antiworteldoek helpt om onkruidgroei vanuit de ondergrond te beperken, is door de natuur verspreid onkruidzaad niet volledig te voorkomen. Zelfs met worteldoek zal zaad dat door de lucht zweeft zijn weg vinden naar de laag boven het doek.
Waterdoorlatende producten
-
Welke nazorg moet ik in acht nemen na het voegen?
Bescherm het pas gevoegde oppervlak gedurende 12 tot 24 uur tegen aanhoudende of hevige regen. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld bouwfolie of een dekzeil. Zorg er wel voor dat de folie niet rechtstreeks op het oppervlak ligt, zodat er voldoende luchtcirculatie blijft en het voegmiddel goed kan uitharden.
Steentapijten
Tuinborden
Groene daken
-
Hoe plaats ik een ECCOsedum groendak?
1. Plaats indien nodig een wortelwerende laag ECCO PE400. Er hoeft niet altijd antiwortelfolie gebruikt te worden bij EPDM of PVC, tenzij dit uitdrukkelijk door de fabrikant wordt voorgeschreven.
2. Plaatsen van de beschermlaag ECCOprotect 400: deze rollen van 2,10 m x 40 meter worden aangebracht met een overlap van 10 cm. Deze rollen zijn verkrijgbaar per m².
3. Plaatsen van de ECCOsedum groendaktrays: de groendaktrays worden bij elkaar gehouden door een kliksysteem en worden op maat gemaakt met behulp van een zaag of slijpschijf. Het RHP-substraat wordt bij elkaar gehouden door de wortels van de sedumplanten. Probeer bij het op maat maken de waterbufferingslaag intact te houden door slechts tot op halve hoogte door te snijden.
4. Vegetatievrije zone: bij hoger gelegen daken wordt aangeraden om de ECCOsedum-trays niet tot aan de dakranden te laten doorlopen (vegetatievrije zone van +/- 30 cm). Deze zone wordt vervolgens opgevuld met dakgrind, bij voorkeur 40–80 mm.
Fijnere fracties worden afgeraden om onkruidgroei te voorkomen. Deze vegetatievrije zone heeft meerdere functies:- voorkomen dat opspattende neerslag de muur van het aangrenzende gebouw vuil maakt
- beschermen van de waterafvoer tegen verstopping door ingroeiende vegetatie
- voorkomen dat vegetatie over de dakrand naar beneden hangt
- voorkomen dat eventuele brand overslaat van/naar de vegetatie
- voorkomen dat de vegetatielaag of het substraat door windkrachten wordt weggeblazen
- voorkomen dat de wind aan de zijkanten de ECCOsedumtrays laat opwaaien
5. Indien nodig, op maat maken van de groendaktegels: alleen op maat maken in de bovenste laag, zodat de onderste laag (waterbufferingslaag) intact blijft.
-
Is er een extra waterbergende laag bij het ECCOsedum-groendaksysteem?
Ja, door het ECCOProtect400-worteldoek is er een extra buffervolume van 4 l/m².
-
Kan ECCOsedum op elk dak worden geplaatst?
Bij het plaatsen van ECCOsedum groendaken zijn twee risico's bepalend: het uitspoelen of afschuiven van het substraat, en het afschuiven van het volledige systeem langs de dakhelling. De helling bepaalt welke voorzorgsmaatregelen nodig zijn.
Tot 15° (27%) kan ECCOsedum zonder aanvullende maatregelen geplaatst worden. De specifieke opbouw van het systeem biedt voldoende erosiebescherming bij deze hellingen.
Tussen 15° en 20° (27–36%) is een lattensysteem boven de dakbedekking vereist. Latten van hout volstaan hier: het hout vergaat mettertijd, maar de doorworteling van het substraat zorgt voor voldoende verankering. Voordelen van een systeem boven de dakbedekking: de waterkerende laag wordt niet beïnvloed en er treedt geen waterstagnatie op.
Vanaf 20° (36%) zijn zwaardere maatregelen nodig. Er zijn twee opties:
1. Trapsysteem: segmenteert de dakopbouw in niveaus om de effectieve helling te verlagen, vergelijkbaar met een terrasopbouw.
2. Lattensysteem — verdeelt de substraatlaag in compartimenten. De afstand tussen de latten wordt bepaald door de hellingsgraad. Twee uitvoeringen:
- Onder de dakbedekking: latten van hout, met een lange levensduur. Latten zonder afgeronde randen vereisen een beschermlaag om beschadiging van de waterkerende laag te voorkomen. Let op: waterretentie achter de latten kan het afschuiven van het substraat negatief beïnvloeden.
- Boven de dakbedekking: latten doorgaans van kunststof. De dakbedekking wordt niet beïnvloed en er treedt geen waterstagnatie op.
-
Kun je een groendak aanleggen op een dak dat grotendeels in de schaduw ligt?
Vetplanten, waaronder veel sedumsoorten, kunnen over het algemeen zowel zon als schaduw verdragen, maar geven meestal de voorkeur aan zonlicht. Ze zijn gewend aan droge, zonnige omstandigheden en zijn goed aangepast aan het opslaan van water in hun bladeren. Dit maakt ze uitermate geschikt voor groendaken en tuinen met beperkte waterbeschikbaarheid.
In schaduwrijke omstandigheden kunnen vetplanten ook groeien, maar ze zullen vaak minder goed presteren dan in de volle zon. Ze kunnen langzamer groeien, minder bloeien en minder dicht worden. -
Uit hoeveel lagen bestaat een ECCOsedum groendak?
Een ECCOsedum groendak bestaat uit 3 lagen:
- Drainagelaag: De tegels hebben een zodanig ontworpen structuur dat het regenwater dat niet door het groendaksysteem opgenomen wordt, vlot kan wegvloeien zonder belemmering naar de afvoerpunten. De onderste afvoergaten bevinden zich op 1 cm van de onderkant, zodat ook niet-capillair water in beperkte mate kan worden opgeslagen.
- Substraatlaag – waterbufferingslaag: De trays worden tot de volledige hoogte (8 cm) gevuld met substraat. Op sommige plaatsen (ter hoogte van de noodoverlaten) bedraagt de dikte van het substraat 3,5 cm. De minimale dikte van het substraat is dus 3,5 cm – de gemiddelde dikte bedraagt 6 cm. De substraatlaag heeft meerdere functies. Ze voorziet de vegetatie van voeding en water en zorgt voor zuurstof en verankering van de wortels. De trays zijn gevuld met een daktuinsubstraat, samengesteld uit lava, bims en groencompost.
Volume waterbuffering per tray: 32,5 liter/m²
Korrelgrootte: 0-12 mm
Volumieke massa substraat na verdichting in droge toestand: 0,78 g/cm³
Volumieke massa substraat na verdichting bij maximale watercapaciteit: 1,27 g/cm³ - Vegetatielaag: Het voorbegroeide extensieve groendaksysteem wordt geleverd met minstens 7 soorten sedumplanten. De cassettes worden voor minstens 80% dichtgegroeid afgeleverd.
-
Wat zijn de voordelen van een ECCOsedum groendak ten opzichte van een klassiek groendak?
- Onze sedumtrays zijn tot 80–85% voorgekweekt. Hierdoor heb je meteen resultaat en spreken we van een kant-en-klaar systeem. Bij een klassieke opbouw wordt gewerkt met substraatlagen en sedumstekjes/sedummatten, die altijd een bepaalde periode nodig hebben om te wortelen en dicht te groeien. Daardoor krijgt onkruid alle kans om zich in het groendak te nestelen.
- De sedumcassettes zijn heel eenvoudig te plaatsen en kunnen door 1 persoon worden gedaan, wat zorgt voor een zeer snelle en efficiënte plaatsing. Bij een klassieke opbouw wordt gewerkt met blaasmachines of bigbags.
- Aangezien er met bakjes wordt gewerkt, kunnen die heel eenvoudig worden weggenomen bij eventuele dakwerkzaamheden na installatie. Bij het klassieke systeem moet de volledige substraatlaag worden weggenomen om daarna alles opnieuw aan te leggen.
- De cassettes zorgen voor een constante substraatdikte. Bij klassieke systemen kan de dikte van het substraat variëren tussen de 1 en 8 cm, wat ook onkruidgroei met zich meebrengt.
- Bij daken met een hellingsgraad blijft het substraat in het bakje. Bij het klassieke systeem is er het risico op afschuiving en op onkruidgroei op het laagste punt van de helling, aangezien het vocht naar het laagste niveau zakt en dus onkruidgroei in de hand werkt.
-
Is er een extra waterbergende laag bij het ECCOsedum-groendaksysteem?
Ja, door het ECCOProtect400-worteldoek is er een extra buffervolume van 4 l/m².
-
Welke soorten sedum zitten er in een ECCOsedum groen dak?
Bij de keuze van de plantensoorten werd rekening gehouden met de volgende parameters:
- Esthetische waarde (bijv. bloei): grote sedumvariatie van minstens 7 soorten.
- Droogtebestendigheid afhankelijk van de substraatdikte, substraatsamenstelling en waterbuffer. Omdat elke sedumsoort optimaal gedijt onder net iets andere klimatologische omstandigheden, geeft een grote variatie aan sedumsoorten meer zekerheid.
- Snelheid van vermenigvuldiging, om woekeren van een bepaalde soort te voorkomen
- Regenererend vermogen na extreme droogte.
- Verschillende bloeiperiodes: bij het voorkweken van ECCOsedum groendaken wordt gebruikgemaakt van stekmateriaal; dit zijn uitlopers van moederplanten die afgeknipt worden. Om de juiste dosering stekmateriaal voor elke sedumsoort te bepalen, is het belangrijk te weten hoe snel ze zich vermeerderen na aanplant (om monocultuur te vermijden). Door gebruik te maken van productievelden (moederplanten) met telkens één sedumsoort kan de juiste mengeling van het stekmateriaal altijd gegarandeerd worden, wat belangrijk is voor een gevarieerde dakbegroeiing.
ECCOsedum groendaken bevatten min. 7 soorten sedum:
- Sedum Immergrunchen
- Sedum Album
- Sedum Reflexum
- Sedum Sexangulare
- Sedum Acre
- Sedum Spurium
- Sedum Lydium
De keuze van de mix aan stekmateriaal en de dosering van elk type werd zorgvuldig bestudeerd met groendeskundigen. Ook werd het ECCOsedum groendaksysteem onderworpen aan langdurige tests op daken en gesimuleerde extreme weersomstandigheden. De uiteindelijke plantenmix bleek na verschillende tests uiterst efficiënt te zijn.
Accessoires
-
Hoe bescherm ik mijn pas aangelegde oppervlak?
Bescherm het pas gevoegde oppervlak gedurende 12 tot 24 uur tegen aanhoudende of hevige regen. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld bouwfolie of een dekzeil. Zorg er wel voor dat de folie niet rechtstreeks op het oppervlak ligt, zodat er voldoende luchtcirculatie blijft en het voegmiddel goed kan uitharden.
-
Hoe reinig ik het oppervlak na het voegen?
Verwijder regelmatig vuil, bladeren en mos van het oppervlak. Het oppervlak kan worden gereinigd met een hogedrukreiniger (maximaal 100 bar) op een minimale afstand van 30 cm. Wacht minstens 7 dagen na het voegen voordat je het oppervlak met een hogedrukreiniger reinigt.
-
Hoe reinig ik het oppervlak?
Verwijder regelmatig vuil, bladeren en mos. Reinig het volledige oppervlak jaarlijks met een hogedrukreiniger (max. 80 bar) op een afstand van minimaal 40 cm.
-
Op welke ondergrond kan ik voegen?
Voeg op een stevige, waterdoorlatende ondergrond met een hellingsgraad van minimaal 2%
-
Waar moet ik op letten bij het voegen van klinkers met vellingkanten?
Bij tegels met facetkanten moet de afgeronde rand zichtbaar blijven. Als die niet zichtbaar blijft, wordt de voeg minder stevig. Verwijder daarom ongeveer 1 mm van het voegproduct, zodat de voeg voldoende stevigheid behoudt.
-
Waarom moet de ondergrond een hellingsgraad hebben van minimaal 2%?
De ondergrond moet een helling van minimaal 2% hebben zodat water snel wegloopt en zich niet ophoopt tussen tegels, klinkers en voegen. Zo voorkom je dat vocht in de constructie trekt, wat kan leiden tot verzakkingen, vorstschade of losliggende tegels.
-
Welke veiligheidsmaatregelen moet ik in acht nemen tijdens het voegen?
Gebruik A-Joint® powered by ECCO alleen in goed geventileerde buitenruimtes. Draag geschikte beschermende werkkleding. Zorg dat werkschoenen en gereedschap schoon zijn vóór gebruik en maak ze tijdens en na het aanbrengen schoon met water.